BWBR0035217
Geldig vanaf 2016-10-11
Artikel 3.22
Besluit houders van dieren
Indien een gezelschapsdier in een inrichting verblijft tijdens de periode waarin het dier ontvankelijk is voor socialisatie, wordt ervoor zorg gedragen dat het dier:
a. went aan de omgang met de mens en relevante diersoorten en aan houderijomstandigheden en
b. in voldoende mate in de gelegenheid is tot het leren en tonen van soorteigen gedrag.
a. went aan de omgang met de mens en relevante diersoorten en aan houderijomstandigheden en
b. in voldoende mate in de gelegenheid is tot het leren en tonen van soorteigen gedrag.