BWBR0035217
Geldig vanaf 2016-10-11
Artikel 2.76ie
Besluit houders van dieren
1. Ter uitvoering van verordening (EG) nr. 2160/2003worden bij ministeriële regeling regels gesteld over monitoring op zoönotische Salmonella bij dieren van bij die regeling aan te wijzen diercategorieën die vallen onder pluimvee als bedoeld in artikel 4, onderdeel 9, van verordening (EU) nr. 2016/429.
2. In aanvulling op de krachtens verordening (EG) nr. 2160/2003vastgestelde EU-verordeningen kunnen bij ministeriële regeling nadere regels worden gesteld over de monitoring op zoönotische Salmonella bij dieren van bij die regeling aan te wijzen andere dan de in het eerste lid genoemde diercategorieën die vallen onder pluimvee als bedoeld in artikel 4, onderdeel 9, van verordening (EU) nr. 2016/429.
3. De regels, bedoeld in het eerste en tweede lid, kunnen betrekking hebben op:
a. de momenten en de wijze waarop monsters worden genomen;
b. degene die de monsters neemt;
c. het onderzoek van monsters;
d. administratie en rapportage van de onderzoeksresultaten.
2. In aanvulling op de krachtens verordening (EG) nr. 2160/2003vastgestelde EU-verordeningen kunnen bij ministeriële regeling nadere regels worden gesteld over de monitoring op zoönotische Salmonella bij dieren van bij die regeling aan te wijzen andere dan de in het eerste lid genoemde diercategorieën die vallen onder pluimvee als bedoeld in artikel 4, onderdeel 9, van verordening (EU) nr. 2016/429.
3. De regels, bedoeld in het eerste en tweede lid, kunnen betrekking hebben op:
a. de momenten en de wijze waarop monsters worden genomen;
b. degene die de monsters neemt;
c. het onderzoek van monsters;
d. administratie en rapportage van de onderzoeksresultaten.