BWBR0035217
Geldig vanaf 2016-10-11
Artikel 2.47
Besluit houders van dieren
Als handelingen als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0030250/artikel/2.9" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 2.9, derde lid, van de wet</a>worden aangewezen het door de houder van het pluimvee:
a. verrichten van de ingreep, bedoeld in artikel 2.1, onderdeel b, van het Besluit diergeneeskundigen ten behoeve van het afnemen van bloed bij kippen, kalkoenen en eenden, voor zover deze handeling niet krachtens een ander wettelijk voorschrift aan anderen is voorbehouden.
b. verrichten van ingrepen als bedoeld in artikel 2.6, onderdelen b en f, van het Besluit diergeneeskundigen;
c. verrichten van de ingreep, bedoeld in artikel 2.6, onderdeel e, van het Besluit diergeneeskundigen, mits het dier niet ouder is dan twee dagen;
d. verrichten van de ingreep, bedoeld in artikel 2.6, onderdeel n, van het Besluit diergeneeskundigen.
a. verrichten van de ingreep, bedoeld in artikel 2.1, onderdeel b, van het Besluit diergeneeskundigen ten behoeve van het afnemen van bloed bij kippen, kalkoenen en eenden, voor zover deze handeling niet krachtens een ander wettelijk voorschrift aan anderen is voorbehouden.
b. verrichten van ingrepen als bedoeld in artikel 2.6, onderdelen b en f, van het Besluit diergeneeskundigen;
c. verrichten van de ingreep, bedoeld in artikel 2.6, onderdeel e, van het Besluit diergeneeskundigen, mits het dier niet ouder is dan twee dagen;
d. verrichten van de ingreep, bedoeld in artikel 2.6, onderdeel n, van het Besluit diergeneeskundigen.