BWBR0035217
Geldig vanaf 2016-10-11
Artikel 2.46a
Besluit houders van dieren
1. Een houder van een rund, dat na een dracht van meer dan 100 dagen een of meer vruchten ter wereld heeft gebracht, laat bij dat dier binnen een week nadat die vrucht of vruchten ter wereld zijn gebracht een bloedmonster nemen en laat die monsters onderzoeken op de aanwezigheid van antilichamen tegen brucellose, indien die vrucht of vruchten spontaan meer dan 21 dagen eerder dan de gemiddelde draagtijd van het desbetreffende runderras ter wereld zijn gebracht.
2. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over:
a. de monstername en het onderzoek, bedoeld in het eerste lid; en
b. administratie van de bemonstering.
2. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over:
a. de monstername en het onderzoek, bedoeld in het eerste lid; en
b. administratie van de bemonstering.