BWBR0035217
Geldig vanaf 2016-10-11
Artikel 1.29
Besluit houders van dieren
1. Een houder van dieren of een dierenarts die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat een ziekte als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel a, van verordening (EU) nr. 2016/429 bij een dier aanwezig is, meldt dat onmiddellijk bij een krachtens <a href="/wet/BWBR0030250/artikel/5.9" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 5.9, eerste lid, van de wet</a>aangewezen ambtenaar.
2. Een houder van dieren of een dierenarts die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat een ziekte als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel e, anders dan een ziekte als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel a, van verordening (EU) nr. 2016/429, bij een dier aanwezig is, meldt dat zo snel als praktisch mogelijk bij een krachtens <a href="/wet/BWBR0030250/artikel/5.9" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 5.9, eerste lid, van de wet</a>aangewezen ambtenaar.
3. Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op eenieder die in het kader van werkzaamheden in een laboratorium gevallen van ziekten als bedoeld in die leden opmerkt.
2. Een houder van dieren of een dierenarts die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat een ziekte als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel e, anders dan een ziekte als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel a, van verordening (EU) nr. 2016/429, bij een dier aanwezig is, meldt dat zo snel als praktisch mogelijk bij een krachtens <a href="/wet/BWBR0030250/artikel/5.9" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 5.9, eerste lid, van de wet</a>aangewezen ambtenaar.
3. Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op eenieder die in het kader van werkzaamheden in een laboratorium gevallen van ziekten als bedoeld in die leden opmerkt.