BWBR0035217
Geldig vanaf 2016-10-11
Artikel 1.21
Besluit houders van dieren
Als lichamelijke ingreep als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0030250/artikel/2.9" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 2.9, derde lid, van de wet</a>wordt aangewezen het door de houder van een dier bij dat dier toepassen van een diergeneesmiddel, voor zover:
a. toepassing van het diergeneesmiddel niet met toepassing van artikel 5.3, eerste lid, van het Besluit diergeneesmiddelen 2022 is voorbehouden aan een dierenarts;
b. de lichamelijke ingreep onderdeel is van de voor dat diergeneesmiddel in de bijsluiter voorgeschreven toedieningswijze en toedieningsweg;
c. de toepassing subcutaan of intramusculair plaatsvindt; en
d. de handeling niet krachtens een ander wettelijk voorschrift aan anderen is voorbehouden.
a. toepassing van het diergeneesmiddel niet met toepassing van artikel 5.3, eerste lid, van het Besluit diergeneesmiddelen 2022 is voorbehouden aan een dierenarts;
b. de lichamelijke ingreep onderdeel is van de voor dat diergeneesmiddel in de bijsluiter voorgeschreven toedieningswijze en toedieningsweg;
c. de toepassing subcutaan of intramusculair plaatsvindt; en
d. de handeling niet krachtens een ander wettelijk voorschrift aan anderen is voorbehouden.