1. De op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet bij de huurcommissie aanhangige verzoeken worden met toepassing van het vóór het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet geldende recht behandeld door de huurcommissie.
2. Op een verzoek aan de huurcommissie als bedoeld in
artikel 7:260 van het Burgerlijk Wetboekdat betrekking heeft op kosten voor de nutsvoorzieningen met een individuele meter en de servicekosten waarvoor de verhuurder voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet aan de huurder een overzicht van de kosten voor de nutsvoorzieningen met een individuele meter en de servicekosten heeft verstrekt binnen de gestelde termijn van zes maanden als bedoeld in
artikel 7:259, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek, is het vóór het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet geldende recht van toepassing.
3. In geschillen die op de dag van inwerkingtreding van deze wet aanhangig zijn over uitspraken van de huurcommissie, op grond van de
artikelen 7, tweede, derde, vijfde, achtste en negende liden
7a, derde lid, van de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte, is de
Algemene wet bestuursrechtvan toepassing.