Artikel 1
1. Aan de directeur-generaal Rijksdienst voor Ondernemend Nederland wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend om namens de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking besluiten te nemen, rechtshandelingen te verrichten en de daartoe benodigde voorbereidingshandelingen te verrichten met het oog op de toepassing van de in de bijlagegenoemde besluiten en met inachtneming van de in de bijlage opgenomen bepalingen alsmede met het oog op de toepassing van de Wet openbaarheid van bestuurvoor zover samenhangend met de toepassing van de in de bijlage genoemde besluiten.
2. De op grond van het eerste lid verleende bevoegdheden strekken zich mede uit tot het nemen van besluiten op bezwaarschriften voorzover het besluit waartegen het bezwaar zich richt niet door de directeur-generaal Rijksdienst voor Ondernemend Nederland in mandaat is genomen, en tot het voeren van beroepsprocedures over de krachtens die bevoegdheden genomen besluiten.
2. De op grond van het eerste lid verleende bevoegdheden strekken zich mede uit tot het nemen van besluiten op bezwaarschriften voorzover het besluit waartegen het bezwaar zich richt niet door de directeur-generaal Rijksdienst voor Ondernemend Nederland in mandaat is genomen, en tot het voeren van beroepsprocedures over de krachtens die bevoegdheden genomen besluiten.