1. Een op grond van
artikel 21verleende verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd, met daarop de aantekening «EG-langdurig ingezetene», wordt aangemerkt als een EU-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen als bedoeld in
artikel 45a.
2. Een aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning op grond van
artikel 21, met daarop de aantekening «EG-langdurig ingezetene», wordt aangemerkt als een aanvraag van een EU-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen als bedoeld in
artikel 45a.
3. Een bezwaarschrift tegen een beschikking waarin de aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning op grond van
artikel 21, met daarop de aantekening «EG-langdurig ingezetene», wordt afgewezen, wordt aangemerkt als een bezwaarschrift tegen een beschikking waarin de aanvraag tot verlening van een EU-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen als bedoeld in
artikel 45awordt afgewezen.
4. Een ingesteld beroep tegen een op bezwaar genomen beslissing waarin de aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning op grond van
artikel 21, met daarop de aantekening «EG-langdurig ingezetene», wordt afgewezen, wordt aangemerkt als een ingesteld beroep tegen een in bezwaar genomen beslissing waarin de aanvraag tot verlening van een EU-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen als bedoeld in
artikel 45awordt afgewezen.
5. Een ingesteld hoger beroep tegen een uitspraak waarin het ingesteld beroep tot verlening van een verblijfsvergunning op grond van
artikel 21, met daarop de aantekening «EG-langdurig ingezetene», ongegrond wordt verklaard, wordt aangemerkt als een ingesteld hoger beroep tegen een uitspraak waarin het ingestelde beroep tot verlening van een EU-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen als bedoeld in
artikel 45aongegrond wordt verklaard.