BWBR0034925
Geldig vanaf 2019-05-22
Artikel 6.3.1.1
Jeugdwet
1. Ten aanzien van een jeugdige voor wie een machtiging als bedoeld in artikel 6.1.2, 6.1.3of 6.1.4is verleend, kunnen vrijheidsbeperkende maatregelen worden toegepast tegen de wil van de jeugdige of van degene die het gezag over hem uitoefent.
2. Een vrijheidsbeperkende maatregel is uitsluitend gericht op:
a. het waarborgen van de veiligheid van een jeugdige of anderen;
b. het afwenden van gevaar voor de gezondheid van een jeugdige of anderen; of
c. het bereiken van de met de jeugdhulp beoogde doelen voor de ontwikkeling van de jeugdige, die in het hulpverleningsplan zijn opgenomen.
3. In een gesloten accommodatie kunnen uitsluitend de in de artikelen 6.3.2.1 tot en met 6.3.2.5opgenomen vrijheidsbeperkende maatregelen worden toegepast.
2. Een vrijheidsbeperkende maatregel is uitsluitend gericht op:
a. het waarborgen van de veiligheid van een jeugdige of anderen;
b. het afwenden van gevaar voor de gezondheid van een jeugdige of anderen; of
c. het bereiken van de met de jeugdhulp beoogde doelen voor de ontwikkeling van de jeugdige, die in het hulpverleningsplan zijn opgenomen.
3. In een gesloten accommodatie kunnen uitsluitend de in de artikelen 6.3.2.1 tot en met 6.3.2.5opgenomen vrijheidsbeperkende maatregelen worden toegepast.