Op het moment van inwerkingtreding van de regeling wordt geacht een besluit tot promotie te zijn genomen voor de gedetineerde:
a. die voor inwerkingtreding van de regeling een persoonlijk plan heeft opgesteld om te stoppen met criminaliteit waaruit zijn motivatie voor en betrokkenheid met zijn re-integratie blijkt, of
b. die een gedragsinterventie volgt welke wordt opgenomen in zijn detentie- en re-integratieplan.