1. De in artikel 3, onder d genoemde verklaring wordt slechts afgegeven indien de aanvrager blijk heeft gegeven van voldoende theoretische en praktische kennis.
2. Degene die een verklaring aanvraagt geeft blijk van de in het eerste lid bedoelde kennis door het overleggen van één van de navolgende diploma's:
a. een geldig diploma of bevoegdheidspas keurmeester zware (bedrijfs) voertuigen, of
b. een geldig diploma of bevoegdheidspas keurmeester lichte voertuigen, of
c. diploma middelbaar bedrijfstechnicus voor de motorvoertuigenbranche, afgegeven door de Stichting Beroepsopleidingen VAM, of
d. diploma A of B van het Instituut voor de Autohandel B.V., of
e. diploma HTS Autotechniek, of
f. diploma HTS werktuigbouwkunde, of
g. diploma HTS elektrotechniek, of
h. diploma MTS autotechniek, of
i. diploma MTS werktuigbouwkunde, of
j. diploma MTS elektrotechniek, of
k. een buitenlands diploma dat tenminste gelijkwaardig is aan één van de in dit artikel onder a tot en met j genoemde diploma's.
3. Indien een diploma of certificaat wordt overgelegd zoals genoemd in het tweede lid, onder a tot en met k, dient tevens een werkgeversverklaring of getuigschrift te worden overgelegd waaruit blijkt dat in de periode van 2 jaar, direct voorafgaand aan het tijdstip van de aanvraag, gedurende ten minste 1 jaar ervaring is opgedaan in het inbouwen en controleren van LPG-installaties in voertuigen.
4. Onder de in artikel 4, derde lid, genoemde praktijkervaring wordt niet verstaan de tijd die de aanvrager werkt tijdens:
a. de avonduren, of
b. vakantieperiodes, of
c. een dagopleiding, of
d. stageperiodes.