Artikel 1
1. Voor subsidieverstrekking voor de activiteiten ten behoeve van persorganen en onderzoek bedoeld in deze artikelen is in 2014 een bedrag van ten hoogste € 2.000.000 beschikbaar, indien:
a. de aanvrager aannemelijk heeft gemaakt dat de activiteiten de versterking of vernieuwing van de Nederlandse journalistieke infrastructuur zeer ten goede komen; of
b. de activiteiten de pluriformiteit van de pers zeer ten goede komen;
c. de aanvrager tenminste de helft van de totale kosten van de activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd voor zijn rekening neemt dan wel door derden laat meefinancieren.
2. Subsidie voor de in artikel 1 genoemde activiteiten ten behoeve van persorganen is alleen beschikbaar indien:
a. de start of voortzetting van de bij de aanvraag betrokken persorganen zonder subsidie niet mogelijk is en gestaakt moeten worden;
b. de aanvrager aannemelijk maakt alles in het werk te hebben gesteld om de activiteiten te starten of voort te zetten.
a. de aanvrager aannemelijk heeft gemaakt dat de activiteiten de versterking of vernieuwing van de Nederlandse journalistieke infrastructuur zeer ten goede komen; of
b. de activiteiten de pluriformiteit van de pers zeer ten goede komen;
c. de aanvrager tenminste de helft van de totale kosten van de activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd voor zijn rekening neemt dan wel door derden laat meefinancieren.
2. Subsidie voor de in artikel 1 genoemde activiteiten ten behoeve van persorganen is alleen beschikbaar indien:
a. de start of voortzetting van de bij de aanvraag betrokken persorganen zonder subsidie niet mogelijk is en gestaakt moeten worden;
b. de aanvrager aannemelijk maakt alles in het werk te hebben gesteld om de activiteiten te starten of voort te zetten.