1. Beëdigde tolken en vertalers die na inwerkingtreding van deze regeling worden ingeschreven in het register, ontvangen na overlegging van hun akte van beëdiging als bedoeld in
artikel 13, tweede lid, van de Wet beëdigde tolken en vertalersvan de raad voor rechtsbijstand een legitimatiebewijs als bedoeld in de deze regeling.
2. Beëdigde tolken en vertalers die voor de dag van inwerkingtreding van deze regeling nog in het bezit zijn van een legitimatiebewijs als bedoeld in de Regeling legitimatiebewijs beëdigde tolken en vertalers, ontvangen van de raad voor rechtsbijstand een legitimatiebewijs als bedoeld in deze regeling.
3. Legitimatiebewijzen als bedoeld in de
Regeling legitimatiebewijs beëdigde tolken en vertalersverliezen hun geldigheid met ingang van 1 januari 2014.