1. Een afnemer maakt bij een verzoek als bedoeld in
artikel 29, negende lid, van de Elektriciteitswet 1998aannemelijk dat zijn productie-installatie geschikt is voor de productie van elektriciteit uit restproducten van een productieproces.
2. Bij een verzoek als bedoeld in het eerste lid en, in de daarop volgende jaren voor 1 september,
a. verstrekt de verzoeker aan de netbeheerder de gegevens omtrent de door deze afnemer verbruikte elektriciteit in de periode van een jaar, bedoeld in artikel 29, tiende lid, van de Elektriciteitswet 1998, en een assurancerapport van een accountant dat betrekking heeft op deze gegevens, of
b. draagt de verzoeker er zorg voor dat een erkend meetbedrijf de gegevens omtrent de door deze afnemer verbruikte elektriciteit in de periode van een jaar, bedoeld in artikel 29, tiende lid, van de Elektriciteitswet 1998, aan de netbeheerder verstrekt.