Als centrale werkgevers- en werknemersorganisaties als bedoeld in artikel 1, tweede lid, van de wet, worden aangewezen:
a. de Vereniging VNO-NCW;
b. de Koninklijke Vereniging MKB-Nederland;
c. de Federatie Nederlandse Vakbeweging;
d. het Christelijk Nationaal Vakverbond;
e. de Vakcentrale Middelbaar en Hoger Personeel.
1. Het tijdstip, bedoeld in artikel 20, tweede lid, van de wet, wordt vastgesteld op 15 oktober.
2. Onze Minister beslist binnen 6 weken na het verstrijken van de in het eerste lid bedoelde termijn, of de goedkeuring wordt verleend.