Op de leden van het College bescherming persoonsgegevens die zijn benoemd of herbenoemd voor het tijdstip waarop artikel I, onderdeel C, subonderdeel 2, in werking treedt, blijft
artikel 53, derde lid, eerste, tweede en derde volzin, van de Wet bescherming persoonsgegevensvan toepassing, zoals dat luidde voor dat tijdstip. Besluiten die zijn genomen op grond van
artikel 7, derde lid, van de Wet toezicht en geschillenbeslechting collectieve beheersorganisaties auteurs- en naburige rechtenonderscheidenlijk
artikel 4, derde lid, van de Wet Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen, zoals dat luidde voor het tijdstip van inwerkingtreding van artikel II, onderdeel D, onderscheidenlijk artikel IV, onderdeel E, worden aangemerkt als besluiten in de zin van
artikel 12, eerste lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen.