1. Besluiten tot aanwijzing als professionele organisatie voor monumentenbehoud op grond van
artikel 30 van de Subsidieregeling instandhouding monumenten, die zijn genomen voor inwerkingtreding van deze regeling, worden geacht een vermelding als bedoeld in artikel 30, derde lid, van die regeling te hebben.
2. Personen die op de dag voor inwerkingtreding van deze regeling lid waren van de commissie, bedoeld in
artikel 36 van de Subsidieregeling instandhouding monumentenzoals dat luidde voor inwerkingtreding van deze regeling, worden geacht te zijn benoemd als lid van een commissie van de Raad als bedoeld in
artikel 2c van de Wet op het specifiek cultuurbeleid. De periode van de benoeming eindigt op de dag waarop de benoeming in het benoemingsbesluit op grond van artikel 36, tweede lid, van de Subsidieregeling instandhouding monumenten zoals dat luidde voor inwerkingtreding van deze regeling, zou eindigen.