8.1. De instelling berekent van alle declarabele zorgproducten afzonderlijk kostprijzen. Het totaal van de aan de zorgproducten toegerekende kosten moet gelijk zijn aan het totaal van de kosten welke aan de kostendragers zijn toegerekend.
8.2. De instelling is verplicht om jaarlijks haar kostprijzen aan te leveren van die zorgproducten (DBC-zorgproducten en overige zorgproducten)5Niet zijnde DBC’s die behoren tot de systematiek welke t/m 2011 van toepassing was. binnen het gereguleerde segment waarvoor een tarief in rekening is of had kunnen worden gebracht.
8.3. De instelling (niet zijnde een instelling voor revalidatiezorg) is verplicht om voor 1 juli JAAR[x] kostprijzen aan te leveren over JAAR[x-1] ten behoeve van tariefberekening voor JAAR[x+1] op basis van het werkelijke gerealiseerde volume (in kostendragers) in JAAR[x-1].
8.4. De instelling voor revalidatiezorg is verplicht om voor 1 september 2014 kostprijzen aan te leveren over de periode 1 januari 2013 tot en met 31 juni 2014, ten behoeve van tariefberekening voor het jaar 2015, op basis van het werkelijke gerealiseerde volume (in kostendragers) in 2013.
8.5. De instelling maakt voor deze aanlevering gebruik van een aanleversjabloon zoals gepubliceerd op de website van de NZa. De instelling levert aan conform de in het sjabloon opgenomen vereisten.6Dit aanleversjabloon zal jaarlijks worden gepubliceerd op de website www.nza.nl voordat het aanleverjaar ingaat. Het sjabloon voor de aanlevering van de kostprijzen 2012 zal eind 2012 worden gepubliceerd.
8.6. De instelling levert bovengenoemde kostprijzen aan uitgesplitst naar zorgproducten en onderverdeeld in de volgende kosten(sub)categorieën7De verschillende categorieën worden in de toelichting beschreven.:
• Personeelskosten: Honoraria Medisch specialisten8Betreft zowel poort- als ondersteunende specialisten niet in loondienst
• Personeelskosten: Overige kosten Medisch specialisten niet in loondienst
• Personeelskosten: Medisch specialisten in loondienst
• Personeelskosten: Arts In Opleiding tot Specialist (AIOS)
• Personeelskosten: Overig9De personeelskosten voor de producten van de specialismen ‘klinisch genetica en revalidatiegeneeskunde’ dienen opgenomen te worden in de categorie ‘overige personeelskosten’, aangezien de producten van deze specialismen reeds integrale tarieven kennen.
• Materiele kosten: Geneesmiddelen
• Materiele kosten: Bloed
• Materiele kosten: Kunst- en hulpmiddelen, implantaten
• Materiele kosten: Overig
• Gebouwgebonden kosten: Huur en afschrijvingen gebouwen en installaties
• Gebouwgebonden kosten: Onderhoud en beheer
• Medische en overige inventaris
• Financieringslasten
• Opbrengsten (negatieve kosten): overige opbrengsten anders dan baten uit declaratie van zorgproducten10De opbrengsten voor instellingen uit overige inkomsten, anders dan uit declaratie van zorgproducten dienen ten laste van de gemaakte kosten, als zijnde een negatieve kostensoort, meegenomen te worden in de kostprijsberekening. In artikel 7.1 staan de verschillende activiteiten benoemd..
8.7. De aangeleverde kostprijsinformatie dient betrouwbaar en controleerbaar te zijn, om voldoende kwaliteitsgaranties te hebben voor de tariefberekening.
8.8. De instelling draagt er zorg voor dat een accountant als bedoeld in
artikel 393 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek de juistheid van de op grond van dit artikel verstrekte gegevens en inlichtingen bevestigt overeenkomstig de wijze die in de genoemde formulieren en het daarbij beschikbaar te stellen controleprotocol (bijlage 1) 11Dit betreft een COS3000-onderzoek. is aangegeven.
8.9. In plaats van het in artikel 8.8 bedoelde controleprotocol is het, voor de aanlevering van kostprijzen over 2012 vóór 1 juli 2013, ook toegestaan een rapport van feitelijke bevindingen op te leveren op basis van de onderzoeksvragen geformuleerd in bijlage 2.12Dit betreft een COS4400-onderzoek.