1. Aan de (plaatsvervangend) voorzitter van de commissie wordt een vergoeding per vergadering toegekend van 130% van de vergoeding van de overige leden van de commissie.
2. Aan de overige (plaatsvervangend) leden van de commissie wordt een vergoeding per vergadering toegekend van 1,5% van het maximum van salarisschaal 16 van
bijlage B van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984.
3. In afwijking van het eerste en tweede lid wordt geen vergoeding verstrekt aan personen die op grond van
artikel 2, derde lid, van de Wet vergoedingen adviescolleges en commissieszijn uitgesloten van een vergoeding.