BWBR0033715
Geldig vanaf 2014-01-06
Artikel 2.61
Wet basisregistratie personen
1. Indien de rechter het beroep, ingesteld tegen een besluit als bedoeld in artikel 2.60, gegrond verklaart met toepassing van <a href="/wet/BWBR0005537/artikel/8:72" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 8:72, derde lid, onderdeel b, of vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht</a>, doet hij dat met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens deze afdeling.
2. Voor zover een besluit als bedoeld in artikel 2.60het Nederlanderschap betreft, kan de betrokkene zich uitsluitend wenden tot de rechtbank Den Haag met een verzoek als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0003738/artikel/17" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 17 van de Rijkswet op het Nederlanderschap</a>.
3. Voor zover een besluit als bedoeld in artikel 2.60het niet-bezitten van enige nationaliteit betreft, kan de betrokkene zich uitsluitend wenden tot de rechtbank Den Haag met een verzoek als bedoeld in artikel 2 van de Wet vaststellingsprocedure staatloosheid.
2. Voor zover een besluit als bedoeld in artikel 2.60het Nederlanderschap betreft, kan de betrokkene zich uitsluitend wenden tot de rechtbank Den Haag met een verzoek als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0003738/artikel/17" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 17 van de Rijkswet op het Nederlanderschap</a>.
3. Voor zover een besluit als bedoeld in artikel 2.60het niet-bezitten van enige nationaliteit betreft, kan de betrokkene zich uitsluitend wenden tot de rechtbank Den Haag met een verzoek als bedoeld in artikel 2 van de Wet vaststellingsprocedure staatloosheid.