1. Binnen dertig dagen nadat deze wet in werking is getreden, verstrekken burgemeester en wethouders van ’s-Gravenhage aan Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties de gegevens van het bestand, bedoeld in
artikel D 3a, eerste lid, van de Kieswet, zoals dat lid luidde voordat deze wet in werking treedt, voor zover het de registratie betreft van ingezetenen van Aruba, Curaçao en Sint Maarten.
2. Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties neemt de gegevens, bedoeld in het eerste lid, op in het bestand, bedoeld in
artikel D 3c, tweede lid, van de Kieswet.