Artikel 1
1. Ten aanzien van de in het tweede lid genoemde artikelen van het Binnenvaartpolitiereglementwordt mandaat en machtiging verleend aan de volgende functionarissen werkzaam bij Rijkswaterstaat Zuid-Nederland:
a. de directeur Netwerk Ontwikkeling;
b. het hoofd van de afdeling Vergunningverlening.
2. De in het eerste lid bedoelde artikelen van het Binnenvaartpolitiereglementzijn:
1.23;
9.02, derde lid;
9.03, tweede, derde, vierde en zesde lid.
3. Het mandaat verleend aan de directeur Netwerk Ontwikkeling omvat mede de bevoegdheid tot het beslissen op bezwaar, mits het besluit waartegen bezwaar is gemaakt niet door hem in mandaat is genomen. Het mandaat verleend aan het hoofd van de afdeling Vergunningverlening heeft geen betrekking op de bevoegdheid tot het beslissen op bezwaar.
4. Bij afwezigheid van de bevoegde functionarissen van RWS Zuid-Nederland is bevoegd een in het Besluit mandaat, volmacht en machtiging RWS Zuid-Nederland 2013 genoemde functionaris op hetzelfde of een hoger niveau.
a. de directeur Netwerk Ontwikkeling;
b. het hoofd van de afdeling Vergunningverlening.
2. De in het eerste lid bedoelde artikelen van het Binnenvaartpolitiereglementzijn:
1.23;
9.02, derde lid;
9.03, tweede, derde, vierde en zesde lid.
3. Het mandaat verleend aan de directeur Netwerk Ontwikkeling omvat mede de bevoegdheid tot het beslissen op bezwaar, mits het besluit waartegen bezwaar is gemaakt niet door hem in mandaat is genomen. Het mandaat verleend aan het hoofd van de afdeling Vergunningverlening heeft geen betrekking op de bevoegdheid tot het beslissen op bezwaar.
4. Bij afwezigheid van de bevoegde functionarissen van RWS Zuid-Nederland is bevoegd een in het Besluit mandaat, volmacht en machtiging RWS Zuid-Nederland 2013 genoemde functionaris op hetzelfde of een hoger niveau.