De houder van een vergunning voor burgermedegebruik die is afgegeven voor het commercieel burgerluchthavenluchtverkeer onder vaststelling van een grenswaarde voor de geluidsbelasting anders dan in de vorm van een maximum aantal vliegtuigbewegingen per jaar:
a. verstrekt omtrent het verwachte burgerluchthavenluchtverkeer voorafgaand aan ieder kalenderjaar, verdeeld per kwartaal, aan de commandant van de luchthaven de gegevens, genoemd in bijlage 1, onderdeel A, onder c, j, k, en o alsmede het verwachte aantal starts en landingen;
b. registreert de in bijlage 1, onderdeel A, genoemde gegevens omtrent het feitelijk gebruik door het burgerluchthavenluchtverkeer;
c. voert binnen de periode van een kalenderjaar per kwartaal, telkens cumulerend met het voorafgaande kwartaal onderscheidenlijk de voorafgaande kwartalen uit dat kalenderjaar, de berekening van de geluidsbelasting uit overeenkomstig de in bijlage 1, onderdeel B, onder a en c, opgenomen voorschriften, en verstrekt het resultaat van die berekening in de vorm van een kaart met een 35 Ke geluidscontour binnen twee maanden na afloop van het kwartaal aan de commandant van de luchthaven;
d. verstrekt op jaarbasis de in onderdeel b van dit artikel bedoelde gegevens binnen een maand na afloop van het kalenderjaar aan de commandant van de luchthaven;
e. voert de berekening van de geluidsbelasting per kalenderjaar uit overeenkomstig de in bijlage 1, onderdeel B, onder a, b en c opgenomen voorschriften, en verstrekt het resultaat van die berekening in de vorm van een kaart met een 35 Ke geluidscontour binnen twee maanden na afloop van dat kalenderjaar aan de commandant van de luchthaven;
f. verstrekt gegevens omtrent de maatregelen die zijn getroffen om te bewerkstelligen dat de grenswaarde niet wordt overschreden, direct na het treffen van een zodanige maatregel aan de commandant van de luchthaven.