Artikel 1
In deze beleidsregel wordt verstaan onder:
1. de Raad: de Raad van Bestuur van de Nederlandse Mededingingsautoriteit zoals bedoeld in artikel 1, eerste lid, sub e van de Elektriciteitswet 1998 of artikel 1, eerste lid sub r van de Gaswet;
2. de vergunninghouder: een houder van een leveringsvergunning als bedoeld in artikel 95a van de Elektriciteitswet 1998 of in artikel 43 van de Gaswet;
3. een kleinverbruiker: een afnemer als bedoeld in artikel 95a van de Elektriciteitswet 1998 of in artikel 43 van de Gaswet;
4. een overeenkomst: een overeenkomst tussen een vergunninghouder en een afnemer tot levering van elektriciteit of gas;
5. een opzegvergoeding: een vergoeding die een vergunninghouder kan opnemen in een overeenkomst voor bepaalde duur en die een kleinverbruiker bij tussentijdse beëindiging van de overeenkomst aan de vergunninghouder is verschuldigd;
1. de Raad: de Raad van Bestuur van de Nederlandse Mededingingsautoriteit zoals bedoeld in artikel 1, eerste lid, sub e van de Elektriciteitswet 1998 of artikel 1, eerste lid sub r van de Gaswet;
2. de vergunninghouder: een houder van een leveringsvergunning als bedoeld in artikel 95a van de Elektriciteitswet 1998 of in artikel 43 van de Gaswet;
3. een kleinverbruiker: een afnemer als bedoeld in artikel 95a van de Elektriciteitswet 1998 of in artikel 43 van de Gaswet;
4. een overeenkomst: een overeenkomst tussen een vergunninghouder en een afnemer tot levering van elektriciteit of gas;
5. een opzegvergoeding: een vergoeding die een vergunninghouder kan opnemen in een overeenkomst voor bepaalde duur en die een kleinverbruiker bij tussentijdse beëindiging van de overeenkomst aan de vergunninghouder is verschuldigd;