Onverminderd de
artikelen 4:68,
4:69en
4:70 van de wetis de subsidieontvanger verplicht tot:
a. het onverwijld doen van een schriftelijke melding aan de minister zodra aannemelijk is dat de gesubsidieerde activiteiten niet, niet tijdig of niet geheel zullen worden uitgevoerd of dat niet, niet tijdig of niet geheel aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen zal worden voldaan;
b. het onverwijld doen van een schriftelijke melding aan de minister van alle omstandigheden die van invloed kunnen zijn op de hoogte van de subsidie en op de rechtmatige en de doelmatige aanwending daarvan;
c. het verlenen van medewerking aan een onderzoek naar de rechtmatige en doelmatige aanwending van de ontvangen subsidiegelden dat wordt verricht namens of in opdracht van de minister of door de Algemene Rekenkamer en het desverlangd verstrekken van alle informatie aan degene die met dit onderzoek is belast;
d. het verlenen van medewerking, binnen een door de minister te stellen termijn, aan een door hem ingesteld evaluatieonderzoek teneinde te beoordelen in welke mate de gesubsidieerde activiteiten een toegevoegde waarde hebben geleverd aan de in artikel 2, eerste lid, omschreven doelen van deze regeling.