BWBR0032898
Geldig vanaf 2013-02-16
Artikel 2.118
Aanbestedingswet op defensie- en veiligheidsgebied
1. Een aanbestedende dienst of een speciale-sectorbedrijf neemt een opschortende termijn in acht voordat hij de met de gunningsbeslissing beoogde overeenkomst sluit.
2. De opschortende termijn, bedoeld in het eerste lid, vangt aan op de dag na de datum waarop de mededeling van de gunningsbeslissing is verzonden aan de betrokken inschrijvers en betrokken gegadigden.
3. De opschortende termijn, bedoeld in het eerste lid, bedraagt ten minste vijftien kalenderdagen.
4. Een aanbestedende dienst of een speciale-sectorbedrijf behoeft geen toepassing te geven aan het eerste lid indien:
a. deze wet geen bekendmaking van de aankondiging van de opdracht door middel van het elektronisch systeem voor aanbestedingen vereist;
b. de enige betrokken inschrijver degene is aan wie de opdracht wordt gegund en er geen betrokken gegadigden zijn;
c. het gaat om opdrachten op grond van een raamovereenkomst.
2. De opschortende termijn, bedoeld in het eerste lid, vangt aan op de dag na de datum waarop de mededeling van de gunningsbeslissing is verzonden aan de betrokken inschrijvers en betrokken gegadigden.
3. De opschortende termijn, bedoeld in het eerste lid, bedraagt ten minste vijftien kalenderdagen.
4. Een aanbestedende dienst of een speciale-sectorbedrijf behoeft geen toepassing te geven aan het eerste lid indien:
a. deze wet geen bekendmaking van de aankondiging van de opdracht door middel van het elektronisch systeem voor aanbestedingen vereist;
b. de enige betrokken inschrijver degene is aan wie de opdracht wordt gegund en er geen betrokken gegadigden zijn;
c. het gaat om opdrachten op grond van een raamovereenkomst.