Tot de onderwerpen waarover ingevolge artikel 1wordt overlegd, behoren in ieder geval:
a. vraagstukken betreffende concordantie van wetgeving als bedoeld in artikel 39 van het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden;
b. aangelegenheden die samenhangen met de uitvoering van de Samenwerkingsregeling eenvormig procesrecht Aruba, Curaçao en Sint Maarten;
c. de aansluiting tussen het procesrecht in Aruba, Curaçao en Sint Maarten enerzijds en in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba anderzijds;
d. procedures voor de totstandkoming van rijkswetgeving;
e. het opstellen en onderhouden van instrumenten op het gebied van wetgevingskwaliteit, zoals de Aanwijzingen voor de regelgeving van Aruba, van Curaçao en van Sint Maarten en het zorg dragen voor de afstemming tussen die Aanwijzingen onderling en tussen die Aanwijzingen en de Aanwijzingen voor de regelgeving van Nederland;
f. de samenwerking bij het opstellen van implementatieplannen als bedoeld in de onderlinge regeling in de zin van artikel 38, eerste lid, van het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden, inzake de samenwerking tussen de landen bij de implementatie van verdragen (Stcrt. 2010, 19006);
g. het opstellen van het verslag, bedoeld in artikel 7 van de onder f genoemde onderlinge regeling.