1. De ambtenaren, aangewezen door de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport op grond van
artikel 41, eerste lid, onder a, van de wet, zijn belast met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de bepalingen, genoemd in
artikel 44aa van de wet, en met het toezicht op de naleving van
artikel 45 van de wet.
2. De ambtenaren, aangewezen door de burgemeester op grond van
artikel 41, eerste lid, onder b, van de wet, zijn belast met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de bepalingen, genoemd in
artikel 44a van de wet, en met het toezicht op de naleving van
artikel 45 van de wet.