Artikel 1
De bijzondere opsporingsdienst, bedoeld in artikel 2, aanhef en onder d, van de Wet op de bijzondere opsporingsdiensten, heeft mede tot taak;
a. het opsporen van strafbare feiten die verband houden met de verstrekking van persoonsgebonden budgetten als bedoeld in artikel 3.3.3 van de Wet langdurige zorg, en
b. het opsporen van strafbare feiten die verband houden met de verstrekking van zorg als bedoeld in artikel 3.1.1 van de Wet langdurige zorg, voor zover gepleegd in samenhang met de strafbare feiten, bedoeld onder a, en voor zover eerstbedoelde strafbare feiten niet zijn te beschouwen als hoofdbestanddeel van het complex van geconstateerde strafbare feiten.
a. het opsporen van strafbare feiten die verband houden met de verstrekking van persoonsgebonden budgetten als bedoeld in artikel 3.3.3 van de Wet langdurige zorg, en
b. het opsporen van strafbare feiten die verband houden met de verstrekking van zorg als bedoeld in artikel 3.1.1 van de Wet langdurige zorg, voor zover gepleegd in samenhang met de strafbare feiten, bedoeld onder a, en voor zover eerstbedoelde strafbare feiten niet zijn te beschouwen als hoofdbestanddeel van het complex van geconstateerde strafbare feiten.