BWBR0032462
Geldig vanaf 2021-04-12
Artikel 3.24
Regeling dierlijke producten
1. De houder van aangewezen dierlijke bijproducten zorgt ervoor dat dierlijke bijproducten als bedoeld in artikel 3.22, derde lid, worden aangeboden in vaten of containers die passen in de laadinrichting van het vervoermiddel waarmee die bijproducten worden opgehaald en waarop de categorie van het materiaal is aangegeven dat zij bevatten.
2. Dierlijke bijproducten die overeenkomstig artikel 3.22, derde lid, aanhef en onderdeel a, ten minste een keer in de twee weken worden opgehaald, worden tot ze worden opgehaald bewaard bij een omgevingstemperatuur van ten hoogste 10 °C, indien het kadavers van landbouwhuisdieren als bedoeld in artikel 3, onderdeel 6, van verordening (EG) nr. 1069/2009betreft.
3. Dierlijke bijproducten die overeenkomstig artikel 3.22, derde lid, aanhef en onderdeel b, ten minste een keer in de vier weken worden opgehaald, worden tot ze worden opgehaald bewaard bij een omgevingstemperatuur van ten hoogste 5 °C.
2. Dierlijke bijproducten die overeenkomstig artikel 3.22, derde lid, aanhef en onderdeel a, ten minste een keer in de twee weken worden opgehaald, worden tot ze worden opgehaald bewaard bij een omgevingstemperatuur van ten hoogste 10 °C, indien het kadavers van landbouwhuisdieren als bedoeld in artikel 3, onderdeel 6, van verordening (EG) nr. 1069/2009betreft.
3. Dierlijke bijproducten die overeenkomstig artikel 3.22, derde lid, aanhef en onderdeel b, ten minste een keer in de vier weken worden opgehaald, worden tot ze worden opgehaald bewaard bij een omgevingstemperatuur van ten hoogste 5 °C.