BWBR0032462
Geldig vanaf 2021-04-12
Artikel 3.20
Regeling dierlijke producten
Dierlijke bijproducten als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0030250/artikel/3.3" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 3.3, eerste lid, van de wet</a>zijn kadavers en delen daarvan als bedoeld in de artikelen 8 en 9 van verordening (EG) nr. 1069/2009, met uitzondering van:
a. dode gezelschapsdieren die worden: 1°. begraven overeenkomstig artikel 3.10, eerste lid;
2°. verbrand of meeverbrand overeenkomstig artikel 12, onderdeel a, subonderdeel i, of onderdeel b, subonderdeel i, van verordening (EG) nr. 1069/2009 in een erkend dierencrematorium; of
3°. verwijderd of gebruikt volgens een toegelaten alternatieve methode als bedoeld in artikel 16, onderdeel e, van verordening (EG) nr. 1069/2009 en genoemd in bijlage IV, hoofdstuk IV, afdeling 2, van verordening (EU) nr. 142/2011, in een daartoe erkend of geregistreerd bedrijf dat geen andere dierlijke bijproducten of afgeleide producten verbrandt, verwijdert of gebruikt dan dode gezelschapsdieren;
1°. begraven overeenkomstig artikel 3.10, eerste lid;
2°. verbrand of meeverbrand overeenkomstig artikel 12, onderdeel a, subonderdeel i, of onderdeel b, subonderdeel i, van verordening (EG) nr. 1069/2009 in een erkend dierencrematorium; of
3°. verwijderd of gebruikt volgens een toegelaten alternatieve methode als bedoeld in artikel 16, onderdeel e, van verordening (EG) nr. 1069/2009 en genoemd in bijlage IV, hoofdstuk IV, afdeling 2, van verordening (EU) nr. 142/2011, in een daartoe erkend of geregistreerd bedrijf dat geen andere dierlijke bijproducten of afgeleide producten verbrandt, verwijdert of gebruikt dan dode gezelschapsdieren;
b. dode paarden, indien deze overeenkomstig artikel 13, onderdeel a, subonderdeel i of onderdeel b, subonderdeel i, van verordening (EG) nr. 1069/2009 worden verbrand of meeverbrand in een erkend dierencrematorium;
c. kadavers van pelsdieren die nog niet zijn onthuid, indien ze worden onthuid in een daarvoor op grond van artikel 24, eerste lid, onderdeel h, van verordening 1069/2009 erkende inrichting of erkend bedrijf;
d. kadavers of delen daarvan die worden gebruikt voor activiteiten, bedoeld in artikel 17, eerste lid, en artikel 18, eerste en tweede lid, van verordening (EG) nr. 1069/2009, waarvan het gebruik is toegestaan;
e. producten van bijen en bijenteelt die overeenkomstig artikel 3.10, aanhef en onderdeel b worden verwijderd;
f. Op een broederij in de schaal gestorven pluimvee en kadavers van pluimvee die zijn ontstaan op een broederij.
a. dode gezelschapsdieren die worden: 1°. begraven overeenkomstig artikel 3.10, eerste lid;
2°. verbrand of meeverbrand overeenkomstig artikel 12, onderdeel a, subonderdeel i, of onderdeel b, subonderdeel i, van verordening (EG) nr. 1069/2009 in een erkend dierencrematorium; of
3°. verwijderd of gebruikt volgens een toegelaten alternatieve methode als bedoeld in artikel 16, onderdeel e, van verordening (EG) nr. 1069/2009 en genoemd in bijlage IV, hoofdstuk IV, afdeling 2, van verordening (EU) nr. 142/2011, in een daartoe erkend of geregistreerd bedrijf dat geen andere dierlijke bijproducten of afgeleide producten verbrandt, verwijdert of gebruikt dan dode gezelschapsdieren;
1°. begraven overeenkomstig artikel 3.10, eerste lid;
2°. verbrand of meeverbrand overeenkomstig artikel 12, onderdeel a, subonderdeel i, of onderdeel b, subonderdeel i, van verordening (EG) nr. 1069/2009 in een erkend dierencrematorium; of
3°. verwijderd of gebruikt volgens een toegelaten alternatieve methode als bedoeld in artikel 16, onderdeel e, van verordening (EG) nr. 1069/2009 en genoemd in bijlage IV, hoofdstuk IV, afdeling 2, van verordening (EU) nr. 142/2011, in een daartoe erkend of geregistreerd bedrijf dat geen andere dierlijke bijproducten of afgeleide producten verbrandt, verwijdert of gebruikt dan dode gezelschapsdieren;
b. dode paarden, indien deze overeenkomstig artikel 13, onderdeel a, subonderdeel i of onderdeel b, subonderdeel i, van verordening (EG) nr. 1069/2009 worden verbrand of meeverbrand in een erkend dierencrematorium;
c. kadavers van pelsdieren die nog niet zijn onthuid, indien ze worden onthuid in een daarvoor op grond van artikel 24, eerste lid, onderdeel h, van verordening 1069/2009 erkende inrichting of erkend bedrijf;
d. kadavers of delen daarvan die worden gebruikt voor activiteiten, bedoeld in artikel 17, eerste lid, en artikel 18, eerste en tweede lid, van verordening (EG) nr. 1069/2009, waarvan het gebruik is toegestaan;
e. producten van bijen en bijenteelt die overeenkomstig artikel 3.10, aanhef en onderdeel b worden verwijderd;
f. Op een broederij in de schaal gestorven pluimvee en kadavers van pluimvee die zijn ontstaan op een broederij.