BWBR0032462
Geldig vanaf 2021-04-12
Artikel 2.56
Regeling dierlijke producten
1. Rijdende melkontvangsten:
a. zijn voorzien van een ruimte waarin de monsters diepgekoelde boerderijmelk kunnen worden gekoeld en bewaard op een temperatuur van ten minste 0,0 °C en ten hoogste 4,0 °C en
b. hebben een ontvangstcapaciteit van ten minste 900 liter.
2. Essentiële wijzigingen in de vloeistofmeetinstallatie voor melk van een rijdende melkontvangst worden geadministreerd.
a. zijn voorzien van een ruimte waarin de monsters diepgekoelde boerderijmelk kunnen worden gekoeld en bewaard op een temperatuur van ten minste 0,0 °C en ten hoogste 4,0 °C en
b. hebben een ontvangstcapaciteit van ten minste 900 liter.
2. Essentiële wijzigingen in de vloeistofmeetinstallatie voor melk van een rijdende melkontvangst worden geadministreerd.