Artikel 1
Aan de directeur-generaal Uitvoering wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend voor het nemen van besluiten, het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen en het verrichten van overige handelingen die verband houden met het behandelen van schadeverzoeken als bedoeld in afdeling 6.1 van de Wet ruimtelijke ordening en afdeling 6.1. van het Besluit ruimtelijke ordening op het terrein van energieprojecten.