1. Bij de tewerkstelling van een kennismigrant als bedoeld in
artikel 1d van het Besluit uitvoering Wet arbeid vreemdelingen, waarvoor nog geen verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in
artikel 14 van de Vreemdelingenwet 2000is aangevraagd, maar wel aan alle overige voorwaarden voor de tewerkstelling als kennismigrant is voldaan, wordt de bestuurlijke boete voor de overtreding van
artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen, gematigd tot € 2250 per overtreding.
2. Voor de werkgever als natuurlijk persoon wordt voor de berekening van de op te leggen boete gehanteerd: 0,5 maal het in het eerste lid genoemde boetebedrag.
3. Indien sprake is van recidive of herhaalde recidive wordt per overtreding een bestuurlijke boete opgelegd waarbij de regels van
artikel 19d, tweede tot en met vierde lid, van de Wet arbeid vreemdelingenin acht worden genomen.