Artikel 1
1. Aan het hoofd van de afdeling Bestuurlijke & Juridische Zaken van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend tot het nemen van besluiten en het verrichten van alle overige daarmee verband houdende handelingen als bedoeld in artikel 90 van de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden.
2. Bij afwezigheid of verhindering van het hoofd van de afdeling Bestuurlijke & Juridische Zaken van de Nederlandse Voedsel- en Waren autoriteit is de teamleider Bestuurlijke maatregelen bevoegd als diens plaatsvervanger op te treden.
3. Het mandaat en de machtiging, bedoeld in het eerste lid, is niet van toepassing op het nemen van beslissingen op bezwaarschriften.
2. Bij afwezigheid of verhindering van het hoofd van de afdeling Bestuurlijke & Juridische Zaken van de Nederlandse Voedsel- en Waren autoriteit is de teamleider Bestuurlijke maatregelen bevoegd als diens plaatsvervanger op te treden.
3. Het mandaat en de machtiging, bedoeld in het eerste lid, is niet van toepassing op het nemen van beslissingen op bezwaarschriften.