BWBR0032249
Geldig vanaf 2012-11-24
Artikel 7.4
Wet normering topinkomens
1. Indien op enig moment de bezoldiging van een minister ten minste € 500 hoger is dan het bedrag genoemd in artikel 2.3, eerste lid, kan dat bedrag bij regeling van Onze Minister worden gewijzigd in het bedrag van de bezoldiging van een minister, en wordt naar boven afgerond op een duizendvoud in euro’s.
2. De ministeriële regeling, bedoeld in het eerste lid, treedt in werking met ingang van 1 januari van het jaar volgend op het jaar waarin de verhoging van de bezoldiging van een minister in werking is getreden. Indien de verhoging van de bezoldiging van een minister in enig jaar van kracht is geworden voor 1 december, wordt terugwerkende kracht verleend aan deze ministeriële regeling tot 1 januari van het desbetreffende jaar.
2. De ministeriële regeling, bedoeld in het eerste lid, treedt in werking met ingang van 1 januari van het jaar volgend op het jaar waarin de verhoging van de bezoldiging van een minister in werking is getreden. Indien de verhoging van de bezoldiging van een minister in enig jaar van kracht is geworden voor 1 december, wordt terugwerkende kracht verleend aan deze ministeriële regeling tot 1 januari van het desbetreffende jaar.