BWBR0032249
Geldig vanaf 2012-11-24
Artikel 3.6
Wet normering topinkomens
1. De betrokken rechtspersonen of instellingen, bedoeld in de bijlage bij artikel 1.4, eerste lid, of een samenwerkingsverband van deze rechtspersonen of instellingen, kunnen uiterlijk in de maand september voorafgaand aan het jaar waarop het bedrag betrekking heeft, aan Onze Minister wie het aangaat een voorstel doen voor het bedrag, bedoeld in artikel 3.3of de bedragen, bedoeld in artikel 3.4, tweede lid.
2. Bij de vaststelling van een bedrag als bedoeld in artikel 3.3of artikel 3.4, tweede lid, houdt Onze Minister wie het aangaat rekening met:
a. de bezoldiging voor vergelijkbare functies bij lichamen als bedoeld in artikel 1.2;
b. de bezoldiging in relevante andere sectoren van de arbeidsmarkt;
c. de verhouding met de bezoldiging van het overige personeel binnen de betreffende rechtspersonen of instellingen;
d. maatschappelijke opvattingen over de hoogte.
2. Bij de vaststelling van een bedrag als bedoeld in artikel 3.3of artikel 3.4, tweede lid, houdt Onze Minister wie het aangaat rekening met:
a. de bezoldiging voor vergelijkbare functies bij lichamen als bedoeld in artikel 1.2;
b. de bezoldiging in relevante andere sectoren van de arbeidsmarkt;
c. de verhouding met de bezoldiging van het overige personeel binnen de betreffende rechtspersonen of instellingen;
d. maatschappelijke opvattingen over de hoogte.