BWBR0032249
Geldig vanaf 2012-11-24
Artikel 1.2
Wet normering topinkomens
1. De paragrafen 2en 4zijn van toepassing op:
a. de organisaties waarover de ministers, bedoeld in artikel 2.29, tweede lid, juncto artikel 2.1, tweede lid, van de Comptabiliteitswet 2016 uitgezonderd artikel 2.9 van die wet, gehouden zijn financiële verantwoording af te leggen;
b. de provincies;
c. de gemeenten;
d. de waterschappen;
e. de openbare lichamen voor beroep en bedrijf;
f. de andere lichamen waaraan krachtens de Grondwet verordenende bevoegdheid is toegekend;
g. de Europese groeperingen voor territoriale samenwerking met een statutaire zetel in Nederland;
h. de andere bij of krachtens publiekrecht ingestelde rechtspersonen, met uitzondering van die rechtspersonen die zijn opgenomen in de bijlage bij artikel 1.3, eerste lid, onderdeel d, of artikel 1.4, eerste lid.
2. In afwijking van het eerste lid zijn de paragrafen 2en 4niet van toepassing op de voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal, en ambtsdragers als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0002691/artikel/2" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 2, tweede lid, van de Algemene pensioen- en uitkeringswet politieke ambtsdragers</a>en als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0024788/artikel/1" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 1 van de Wet rechtspositie Raad van State, Algemene Rekenkamer en Nationale ombudsman</a>.
a. de organisaties waarover de ministers, bedoeld in artikel 2.29, tweede lid, juncto artikel 2.1, tweede lid, van de Comptabiliteitswet 2016 uitgezonderd artikel 2.9 van die wet, gehouden zijn financiële verantwoording af te leggen;
b. de provincies;
c. de gemeenten;
d. de waterschappen;
e. de openbare lichamen voor beroep en bedrijf;
f. de andere lichamen waaraan krachtens de Grondwet verordenende bevoegdheid is toegekend;
g. de Europese groeperingen voor territoriale samenwerking met een statutaire zetel in Nederland;
h. de andere bij of krachtens publiekrecht ingestelde rechtspersonen, met uitzondering van die rechtspersonen die zijn opgenomen in de bijlage bij artikel 1.3, eerste lid, onderdeel d, of artikel 1.4, eerste lid.
2. In afwijking van het eerste lid zijn de paragrafen 2en 4niet van toepassing op de voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal, en ambtsdragers als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0002691/artikel/2" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 2, tweede lid, van de Algemene pensioen- en uitkeringswet politieke ambtsdragers</a>en als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0024788/artikel/1" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 1 van de Wet rechtspositie Raad van State, Algemene Rekenkamer en Nationale ombudsman</a>.