BWBR0032203
Geldig vanaf 2016-07-01
Artikel 4.11
Aanbestedingswet 2012
1. Alvorens te beslissen tot weigering van de afgifte van de gedragsverklaring aanbesteden, stelt Onze Minister van Veiligheid en Justitie degene van wie een of meer gegevens als bedoeld in artikel 4.7, eerste lid, onderdelen a en b, ten grondslag hebben gelegen aan de beslissing, in de gelegenheid om binnen twee weken een verzoek als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0014194/artikel/22" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 22 van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens</a>dan wel de artikelen 16 en 17 van de Algemene verordening gegevensbescherming te doen.
2. De in artikel 4.5gestelde termijn voor de beslissing op de aanvraag wordt opgeschort met ingang van de dag waarop Onze Minister van Veiligheid en Justitie de gelegenheid heeft geboden tot het doen van een verzoek als bedoeld in het eerste lid tot de dag waarop een schriftelijke mededeling is gedaan dat geen verzoek zal worden ingediend of twee weken zijn verstreken, dan wel tot de dag waarop de procedure naar aanleiding van een verzoek is beëindigd.
3. De aanvrager van de gedragsverklaring aanbesteden wordt in kennis gesteld van de opschorting.
2. De in artikel 4.5gestelde termijn voor de beslissing op de aanvraag wordt opgeschort met ingang van de dag waarop Onze Minister van Veiligheid en Justitie de gelegenheid heeft geboden tot het doen van een verzoek als bedoeld in het eerste lid tot de dag waarop een schriftelijke mededeling is gedaan dat geen verzoek zal worden ingediend of twee weken zijn verstreken, dan wel tot de dag waarop de procedure naar aanleiding van een verzoek is beëindigd.
3. De aanvrager van de gedragsverklaring aanbesteden wordt in kennis gesteld van de opschorting.