Artikel 1
In dit besluit wordt verstaan onder:
a. betrokkene: persoon als bedoeld in artikel 10, derde lid, van de wet, die schriftelijk geen bedenkingen tegen zijn betrokkenheid in een onderzoek kenbaar heeft gemaakt;
b. College: College voor de rechten van de mens, genoemd in artikel 1 van de wet;
c. onderscheid: onderscheid als bedoeld in: 1°. de Algemene wet gelijke behandeling,
2°. artikel 47c van de Politiewet 2012 en artikel 12p van de Wet ambtenaren defensie,
3°. artikel 646, 648 of 649 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek,
4°. artikel 12 van de Wet gelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte,
5°. artikel 14 van de Wet gelijke behandeling op grond van leeftijd bij de arbeid,
6°. de Wet gelijke behandeling van mannen en vrouwen,
7°. artikel III, derde lid, van de Wet van 3 juli 1996, houdende wijziging van het Burgerlijk Wetboek en de Ambtenarenwet in verband met het verbod tot het maken van onderscheid tussen werknemers naar arbeidsduur (Stb. 1996, 391), of
8°. artikel II, derde lid, van de Wet van 7 november 2002 tot uitvoering van de richtlijn 1999/70/EG van de Raad van de Europese Unie van 28 juni 1999 betreffende de door het EVV, de UNICE en het CEEP gesloten raamovereenkomst inzake arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd (Stb. 2002, 560);
1°. de Algemene wet gelijke behandeling,
2°. artikel 47c van de Politiewet 2012 en artikel 12p van de Wet ambtenaren defensie,
3°. artikel 646, 648 of 649 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek,
4°. artikel 12 van de Wet gelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte,
5°. artikel 14 van de Wet gelijke behandeling op grond van leeftijd bij de arbeid,
6°. de Wet gelijke behandeling van mannen en vrouwen,
7°. artikel III, derde lid, van de Wet van 3 juli 1996, houdende wijziging van het Burgerlijk Wetboek en de Ambtenarenwet in verband met het verbod tot het maken van onderscheid tussen werknemers naar arbeidsduur (Stb. 1996, 391), of
8°. artikel II, derde lid, van de Wet van 7 november 2002 tot uitvoering van de richtlijn 1999/70/EG van de Raad van de Europese Unie van 28 juni 1999 betreffende de door het EVV, de UNICE en het CEEP gesloten raamovereenkomst inzake arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd (Stb. 2002, 560);
d. verweerder: degene die onderscheid zou hebben gemaakt;
e. verzoeker: indiener van een verzoekschrift;
f. verzoekschrift: schriftelijk verzoek als bedoeld in artikel 10, eerste lid, van de wet;
g. wet:Wet College voor de rechten van de mens.
a. betrokkene: persoon als bedoeld in artikel 10, derde lid, van de wet, die schriftelijk geen bedenkingen tegen zijn betrokkenheid in een onderzoek kenbaar heeft gemaakt;
b. College: College voor de rechten van de mens, genoemd in artikel 1 van de wet;
c. onderscheid: onderscheid als bedoeld in: 1°. de Algemene wet gelijke behandeling,
2°. artikel 47c van de Politiewet 2012 en artikel 12p van de Wet ambtenaren defensie,
3°. artikel 646, 648 of 649 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek,
4°. artikel 12 van de Wet gelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte,
5°. artikel 14 van de Wet gelijke behandeling op grond van leeftijd bij de arbeid,
6°. de Wet gelijke behandeling van mannen en vrouwen,
7°. artikel III, derde lid, van de Wet van 3 juli 1996, houdende wijziging van het Burgerlijk Wetboek en de Ambtenarenwet in verband met het verbod tot het maken van onderscheid tussen werknemers naar arbeidsduur (Stb. 1996, 391), of
8°. artikel II, derde lid, van de Wet van 7 november 2002 tot uitvoering van de richtlijn 1999/70/EG van de Raad van de Europese Unie van 28 juni 1999 betreffende de door het EVV, de UNICE en het CEEP gesloten raamovereenkomst inzake arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd (Stb. 2002, 560);
1°. de Algemene wet gelijke behandeling,
2°. artikel 47c van de Politiewet 2012 en artikel 12p van de Wet ambtenaren defensie,
3°. artikel 646, 648 of 649 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek,
4°. artikel 12 van de Wet gelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte,
5°. artikel 14 van de Wet gelijke behandeling op grond van leeftijd bij de arbeid,
6°. de Wet gelijke behandeling van mannen en vrouwen,
7°. artikel III, derde lid, van de Wet van 3 juli 1996, houdende wijziging van het Burgerlijk Wetboek en de Ambtenarenwet in verband met het verbod tot het maken van onderscheid tussen werknemers naar arbeidsduur (Stb. 1996, 391), of
8°. artikel II, derde lid, van de Wet van 7 november 2002 tot uitvoering van de richtlijn 1999/70/EG van de Raad van de Europese Unie van 28 juni 1999 betreffende de door het EVV, de UNICE en het CEEP gesloten raamovereenkomst inzake arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd (Stb. 2002, 560);
d. verweerder: degene die onderscheid zou hebben gemaakt;
e. verzoeker: indiener van een verzoekschrift;
f. verzoekschrift: schriftelijk verzoek als bedoeld in artikel 10, eerste lid, van de wet;
g. wet:Wet College voor de rechten van de mens.