Een gerechtsdeurwaarder in de zin van artikel 1, onder c, van de Gerechtsdeurwaarderswetkan gelden van een onbekende debiteur consigneren in de consignatiekas, mits deze gelden langer dan één jaar geleden door hem zijn ontvangen.
1. Een gerechtsdeurwaarder kan slechts eenmaal per jaar overgaan tot het consigneren van het totale bedrag van de onder artikel 1genoemde gelden.
2. Indien aan een gerechtsdeurwaardersonderneming meer dan één gerechtsdeurwaarder verbonden is, kan per onderneming slechts één gerechtsdeurwaarder overgaan tot de consignatie als bedoeld in artikel 1.
1. Bij consignatie worden alle beschikbare gegevens aangaande de storting van de onbekende debiteur overgelegd aan de beheerder van de consignatiekas. Tevens wordt de naam vermeld van de gerechtsdeurwaarder die de gelden heeft geconsigneerd.
2. Bij consignatie wordt een overzicht vervaardigd van de individuele bedragen waaruit de totaalsom bestaat.
1. Indien er bij de beheerder van de consignatiekas een verzoek om uitkering wordt ingediend, wordt dit verzoek voor advies voorgelegd aan de gerechtsdeurwaarder die de gelden heeft geconsigneerd. Indien deze gerechtsdeurwaarder onderdeel uitmaakt of uitmaakte van een onderneming, dan zal dit verzoek aan deze onderneming worden voorgelegd.
2. De gerechtsdeurwaarder, of indien van toepassing de gerechtsdeurwaardersonderneming waaraan hij verbonden is of was, beantwoordt het verzoek om advies binnen 30 dagen.