1. De afdelingshoofden en de onder hen ressorterende teamleiders zijn bevoegd om namens een bewindspersoon besluiten te nemen en handelingen te verrichten die noch een besluit, noch een privaatrechtelijke rechtshandeling zijn, voor zover zij verband houden met het werkterrein van hun organisatieonderdeel en voor zover zij niet zijn voorbehouden aan een bewindspersoon, de secretaris-generaal, de plaatsvervangend secretaris-generaal, de inspecteur-generaal of de directeur.
2. De teamleiders, ressorterende onder de directeur Arbeidsmarktfraude, alsmede de projectleiders/coördinerend medewerkers, ressorterende onder de directeur Analyse, Programmering en Signalering, die zijn belast met de leiding van inspectieprojecten ter uitvoering van de
Arbeidstijdenwet, zijn bevoegd om namens een bewindspersoon besluiten te nemen en handelingen te verrichten die noch een besluit, noch een privaatrechtelijke rechtshandeling zijn, voor zover zij verband houden met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de Arbeidstijdenwet en voor zover zij niet zijn voorbehouden aan een bewindspersoon, de secretaris-generaal, de plaatsvervangend secretaris-generaal, de inspecteur-generaal of de directeur.
3. De projectleiders/coördinerend medewerkers, ressorterende onder de directeur Analyse, Programmering en Signalering, die zijn belast met de leiding van inspectieprojecten ter uitvoering van de
Warenwet, zijn bevoegd om namens een bewindspersoon besluiten te nemen en handelingen te verrichten die noch een besluit, noch een privaatrechtelijke rechtshandeling zijn, voor zover zij verband houden met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de Warenwet en voor zover zij niet zijn voorbehouden aan een bewindspersoon, de secretaris-generaal, de plaatsvervangend secretaris-generaal, de inspecteur-generaal of de directeur.