BWBR0031814
Geldig vanaf 2012-11-01
Artikel 2:22
Wet wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging vrijheidsbenemende en voorwaardelijke sancties
1. De rechter-commissaris kan ambtshalve, op vordering van de officier van justitie of op verzoek van de veroordeelde bevelen dat de bewaring voorwaardelijk wordt opgeschort of geschorst.
2. De opschorting of schorsing eindigt van rechtswege zodra de officier van justitie in kennis is gesteld van de beslissing van Onze Minister, bedoeld in artikel 2:12.
3. Op bevelen tot voorwaardelijke opschorting en schorsing, krachtens het eerste lid gegeven, zijn de <a href="/wet/BWBR0001903/artikel/80" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen 80, eerste en derde tot en met vijfde lid</a>, <a href="/wet/BWBR0001903/artikel/81" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">81 tot en met 85</a>en <a href="/wet/BWBR0001903/artikel/88" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">88 van het Wetboek van Strafvordering</a>van overeenkomstige toepassing.
2. De opschorting of schorsing eindigt van rechtswege zodra de officier van justitie in kennis is gesteld van de beslissing van Onze Minister, bedoeld in artikel 2:12.
3. Op bevelen tot voorwaardelijke opschorting en schorsing, krachtens het eerste lid gegeven, zijn de <a href="/wet/BWBR0001903/artikel/80" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen 80, eerste en derde tot en met vijfde lid</a>, <a href="/wet/BWBR0001903/artikel/81" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">81 tot en met 85</a>en <a href="/wet/BWBR0001903/artikel/88" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">88 van het Wetboek van Strafvordering</a>van overeenkomstige toepassing.