BWBR0031722
Geldig vanaf 2012-07-01
Artikel 6.4
Reken- en meetvoorschrift geluid 2012
1. Bij de bepaling van de geluidwering van de gevel wordt rekening gehouden met:
a. het geluidspectrum, behorend bij het equivalent geluidsniveau buiten het gebouw;
b. de structuur van de gevel;
c. de verschillen in het equivalent geluidsniveau buiten het gebouw door de positie van de geluidsbron, de bijbehorende afscherming door gevelvlakken en bijbehorende reflecties via gevelvlakken;
d. de geluidwerende kwaliteit en de afmetingen van de elementen waaruit de gevel is opgebouwd, waarbij in ieder geval onderscheid wordt gemaakt in: materialen, kieren, naden en voorzieningen voor luchtverversing;
e. de geluidabsorptie van het betreffend vertrek.
2. De geluidwering van een gevel waarbij ventilatie kan plaatsvinden anders dan door het openen van ramen, wordt bepaald met gesloten en afgedichte ventilatieopeningen.
3. Bij toepassing van het tweede lid wordt gerekend met een opening in de gevel waarvan de akoestische prestatie bedraagt: een element-genormeerd niveauverschil van D n,e= 40 – 10 lg q v.dB in elke beschouwde octaafband, waarbij de luchthoeveelheid q vin dm 3/s de helft bedraagt van de op grond van de <a href="/wet/BWBR0030461/artikel/3.28" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen 3.28</a>en <a href="/wet/BWBR0030461/artikel/3.29" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">3.29 van het Bouwbesluit 2012</a>voor nieuwe woongebouwen geëiste hoeveelheid.
4. In afwijking van het tweede lid wordt de geluidwering van een gevel waarin ventilatievoorzieningen zijn aangebracht met een hogere akoestische prestatie dan genoemd in het derde lid, bepaald met geopende dan wel geopend geachte ventilatievoorzieningen.
a. het geluidspectrum, behorend bij het equivalent geluidsniveau buiten het gebouw;
b. de structuur van de gevel;
c. de verschillen in het equivalent geluidsniveau buiten het gebouw door de positie van de geluidsbron, de bijbehorende afscherming door gevelvlakken en bijbehorende reflecties via gevelvlakken;
d. de geluidwerende kwaliteit en de afmetingen van de elementen waaruit de gevel is opgebouwd, waarbij in ieder geval onderscheid wordt gemaakt in: materialen, kieren, naden en voorzieningen voor luchtverversing;
e. de geluidabsorptie van het betreffend vertrek.
2. De geluidwering van een gevel waarbij ventilatie kan plaatsvinden anders dan door het openen van ramen, wordt bepaald met gesloten en afgedichte ventilatieopeningen.
3. Bij toepassing van het tweede lid wordt gerekend met een opening in de gevel waarvan de akoestische prestatie bedraagt: een element-genormeerd niveauverschil van D n,e= 40 – 10 lg q v.dB in elke beschouwde octaafband, waarbij de luchthoeveelheid q vin dm 3/s de helft bedraagt van de op grond van de <a href="/wet/BWBR0030461/artikel/3.28" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen 3.28</a>en <a href="/wet/BWBR0030461/artikel/3.29" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">3.29 van het Bouwbesluit 2012</a>voor nieuwe woongebouwen geëiste hoeveelheid.
4. In afwijking van het tweede lid wordt de geluidwering van een gevel waarin ventilatievoorzieningen zijn aangebracht met een hogere akoestische prestatie dan genoemd in het derde lid, bepaald met geopende dan wel geopend geachte ventilatievoorzieningen.