BWBR0031722
Geldig vanaf 2012-07-01
Artikel 5.8
Reken- en meetvoorschrift geluid 2012
1. De geluidsbelasting van geluidsgevoelige objecten vanwege een spoorweg, een gedeelte van een spoorweg of een combinatie van spoorwegen, is de geluidsbelasting vanwege alle op de geluidplafondkaart aangegeven delen van spoorwegen.
2. De equivalente geluidsniveaus ten behoeve van de berekening van de geluidsbelasting, bedoeld in het eerste lid, worden bepaald:
a. met overeenkomstige toepassing van artikel 4.6;
b. op basis van de in het geluidregister opgenomen brongegevens, waarbij de plafondcorrectiewaarde wordt opgeteld bij het emissiegetal (E), berekend volgens formule 2.1 uit paragraaf 2.1.1 van bijlage IV, dan wel bij de emissiegetallen (LE), berekend volgens de formules 3.1a tot en met 3.1e uit paragraaf 3.4 van bijlage IV bij deze regeling.
3. Indien het tweede lid wordt toegepast in het kader van <a href="/wet/BWBR0003245/artikel/11.30" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 11.30, eerste en tweede lid</a>, <a href="/wet/BWBR0003245/artikel/11.42" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">11.42</a>of <a href="/wet/BWBR0003245/artikel/11.63" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">11.63 van de Wet milieubeheer</a>, worden daarbij tevens de brongegevens betrokken behorende bij een verzoek tot vaststelling of wijziging van geluidproductieplafonds of behorende bij een voorgenomen ambtshalve besluit tot vaststelling of wijziging van geluidproductieplafonds.
4. Indien het tweede lid wordt toegepast ten behoeve van het opstellen van saneringsplannen, is daarbij tevens bijlage VIbij deze regeling van toepassing.
5. Bij de bepaling van de equivalente geluidsniveaus voor de berekening van de geluidsbelasting, bedoeld in het eerste lid, worden, in aanvulling op het tweede lid, tevens betrokken alle overige kenmerken van de bron en de omgeving, voor zover relevant voor het berekenen van de geluidsbelasting.
2. De equivalente geluidsniveaus ten behoeve van de berekening van de geluidsbelasting, bedoeld in het eerste lid, worden bepaald:
a. met overeenkomstige toepassing van artikel 4.6;
b. op basis van de in het geluidregister opgenomen brongegevens, waarbij de plafondcorrectiewaarde wordt opgeteld bij het emissiegetal (E), berekend volgens formule 2.1 uit paragraaf 2.1.1 van bijlage IV, dan wel bij de emissiegetallen (LE), berekend volgens de formules 3.1a tot en met 3.1e uit paragraaf 3.4 van bijlage IV bij deze regeling.
3. Indien het tweede lid wordt toegepast in het kader van <a href="/wet/BWBR0003245/artikel/11.30" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 11.30, eerste en tweede lid</a>, <a href="/wet/BWBR0003245/artikel/11.42" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">11.42</a>of <a href="/wet/BWBR0003245/artikel/11.63" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">11.63 van de Wet milieubeheer</a>, worden daarbij tevens de brongegevens betrokken behorende bij een verzoek tot vaststelling of wijziging van geluidproductieplafonds of behorende bij een voorgenomen ambtshalve besluit tot vaststelling of wijziging van geluidproductieplafonds.
4. Indien het tweede lid wordt toegepast ten behoeve van het opstellen van saneringsplannen, is daarbij tevens bijlage VIbij deze regeling van toepassing.
5. Bij de bepaling van de equivalente geluidsniveaus voor de berekening van de geluidsbelasting, bedoeld in het eerste lid, worden, in aanvulling op het tweede lid, tevens betrokken alle overige kenmerken van de bron en de omgeving, voor zover relevant voor het berekenen van de geluidsbelasting.