In dit besluit wordt verstaan onder de directeur-generaal: de directeur-generaal Dienst Uitvoering Onderwijs van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.
Aan de directeur-generaal wordt mandaat en machtiging verleend voor het behandelen van bezwaar- en beroepschriften gericht tegen besluiten als bedoeld in artikel 2, waaronder het nemen van beslissingen op bezwaarschriften en het instellen van (hoger) beroep.
1. De directeur-generaal kan voor de in de artikelen 2en 3bedoelde aangelegenheden ondermandaat en machtiging verlenen aan de aan hem ondergeschikte functionarissen.
2. Het verlenen van ondermandaat en machtiging alsmede wijziging daarvan, geschiedt schriftelijk en wat de formulering betreft in overeenstemming met de directeur Wetgeving en Juridische Zaken van het Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie.
3. Een afschrift van besluiten inzake ondermandaat en machtiging als bedoeld in het vorige lid wordt gezonden aan de secretaris-generaal en aan de directeur Wetgeving en Juridische Zaken van het Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie en aan degenen aan wie krachtens het besluit ondermandaat of machtiging is verleend.
Het krachtens mandaat en machtiging ondertekenen van stukken geschiedt als volgt:
De Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie,
namens deze:
(handtekening)
(naam functionaris)
(functie)
Ondermandaten en machtigingen verleend op grond van de Mandaatregeling CFI agentschap OCWen die gelden op het moment van inwerkingtreding van dit besluit worden geacht te zijn verleend op grond van dit besluit.
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2010.