1. Voor zover voor een op het tijdstip onmiddellijk voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze regeling bestaand werk of bestaande handeling welke op dat tijdstip niet strijdig is met het ten aanzien van dat werk of die handeling krachtens de
Waterwetgeldende recht, als gevolg van een wijziging krachtens deze regeling van beheergrenzen als opgenomen in
bijlage II,
IIIof
IV van de Waterregelingeen watervergunning als bedoeld in
artikel 1.1, eerste lid, van de Waterwetvereist zou worden, blijft ten aanzien van dat werk of die handeling de watervergunningplicht buiten toepassing.
2. Het eerste lid is van toepassing totdat een wijziging van dat werk of die handeling plaatsvindt die op zichzelf beschouwd grond vormt voor een watervergunningplicht.
3. In het geval, bedoeld in het tweede lid, geldt de watervergunningplicht voor het gehele samenstel van werken of handelingen.