Het vertrekmoratorium dat met ingang van 7 april 2011 is ingesteld voor vreemdelingen van Somalische nationaliteit die afkomstig zijn uit Zuid- en Centraal-Somalië en die niet in Noord-Somalië kunnen verblijven wordt ingetrokken.
Ingevolge artikel 45, vierde lid, van de Vreemdelingenwet 2000 treden de rechtsgevolgen van de afwijzing van de asielaanvraag, bedoeld in artikel 45, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000, met het intrekken van het vertrekmoratorium – opnieuw – in voor de vreemdelingen van Somalische nationaliteit die afkomstig zijn uit Zuid- en Centraal-Somalië en die niet in Noord-Somalië kunnen verblijven.
Vreemdelingen die onder het vertrekmoratorium vielen, hebben vanwege het intrekken van het vertrekmoratorium niet langer rechtmatig verblijf op grond van artikel 8, onder j, van de Vreemdelingenwet 2000. Dit betekent dat op hen de verplichting rust om Nederland binnen vier weken te verlaten. Bij gebreke hiervan kan tot uitzetting worden overgegaan.