1. Het gezamenlijke bedrag aan kosten, bedoeld in artikel 2, is niet hoger dan het bedrag aan kosten dat Onze Minister vergoedt aan de stichting administratiekantoor op grond van
artikel 7, eerste lid, eerste volzin, van de wet.
2. De aan een vennootschap in rekening te brengen kosten worden vastgesteld voor het jaar waarop het in rekening te brengen bedrag betrekking heeft. Daarbij worden de kosten toegerekend aan de vennootschap, overeenkomstig de toerekening van de geraamde kosten in de door Onze Minister goedgekeurde begroting van de stichting administratiekantoor.
3. De ingevolge het tweede lid aan een vennootschap toegerekende kosten worden verminderd of vermeerderd met het aan de desbetreffende vennootschap toe te rekenen exploitatiesaldo, bedoeld in
artikel 7, tweede lid, van de wet.